Pompnet, dé website over insulinepomptherapie

Vakantiechecklist

Download hier uw vakantiechecklist. 

Vakantie en reizen met een insulinepomp

Vanwege de grote flexibiliteit van insulinepomptherapie kunt u gewoon op vakantie gaan met de insulinepomp. Neem wel voldoende materialen mee, denk aan: reservepomp, voldoende infuussets, een recept voor insuline, extra batterijen en insulinepennen/naalden en een spuitschema. Dit laatste voor noodgevallen als u door omstandigheden toch insuline moet injecteren, bijvoorbeeld door diefstal of verlies van uw insulinepomp. Heeft u geen reservepomp, vraag uw insulinepompleverancier dan of u tijdelijk een reservepomp kunt lenen. En voor het geval uw pomp defect raakt: het advies is om altijd een insulinepen, insuline en spuitschema achter de hand te houden. 

Vakantiechecklist

Op vakantie gaan vergt veel voorbereiding. Eén daarvan is het verzamelen van alle spullen die u mee moet nemen. Om u ervan te verzekeren dat u alle diabetesbenodigdheden meeneemt, kunt u een vakantiechecklist bij de hand houden. Deze kunt u aan de linkerkant downloaden en uitprinten. Tijdens het pakken van uw spullen kunt u alles wat u heeft gepakt afvinken. Zo voorkomt u dat u belangrijke spullen vergeet.

Tijdens de vakantie is uw dagindeling anders. Misschien bent u veel actiever dan thuis. Hoe meer beweging, hoe beter de insuline wordt opgenomen. Neem voor de zekerheid dan ook druivensuiker mee als u op pad gaat. Uw insulinebehoefte zal anders zijn dan thuis en het risico op een hypo groter. Belangrijk is om de eerste twee dagen frequenter te meten dan u gewend bent en uw basaalstanden en bolussen aan te passen aan deze nieuwe situatie. Veelal zal uw insulinebehoefte overdag afnemen; u kunt ook overwegen de basaalstand tijdelijk te verlagen. 

Reist u naar een land waarbij u een behoorlijk tijdsverschil moet zien te overbruggen? U kunt dan het beste de klok van de insulinepomp direct bij aankomst op de lokale tijd instellen. Controleer de bloedglucosewaarde en bolus, indien nodig, enkele eenheden bij. U kunt dit bespreken met uw zorgprofessional.

Nieuwe meter

Mocht u uw meter moeten vervangen op vakantie, let dan op of de meter is ingesteld op mmol/l en niet in mg/d L. Eerstgenoemde mmol/l geeft de getallen aan die u gewend bent. Is dit niet het geval, dan kunt u dit meestal zelf aanpassen.

Strandvakantie en insulinepomptherapie

Als insuline warmer wordt dan 25 graden Celsius neemt de werking af. Vaak wordt insuline wat troebel als het te warm is geworden. Ook teststrips en Glucagen mogen niet worden bewaard in de volle zon. Bewaar uw insuline en andere hulpmiddelen op een zo koel mogelijke plaats:
  • In een koelbox (niet tegen het koelelement aan)
  • In een isolerend koeltasje
  • Tussen handdoeken
  • In een thermosfles met wijde opening
  • Goed verpakt en vindbaar ingegraven in het zand

Zwemmen

Zwemmen met de insulinepomp kan alleen als uw insulinepomp waterdicht is. Zo niet, dan kunt u de insulinepomp afkoppelen en op een koele plek leggen. Controleer wel iets vaker uw bloedglucosewaarde en bolus zo nodig iets bij als u de insulinepomp weer aankoppelt.

Zand

Zorg er voor dat er geen zand op de pomp komt. Zand kruipt in kleine, vaak onzichtbare openingen en kan de pomp van binnen beschadigen. Een plastic beschermhoesje of koeltasje biedt uitkomst.

Wintersport en insulinepomptherapie

Bij wintersport horen vanzelfsprekend lage temperaturen, maar insuline mag niet verder afkoelen dan tot +2 graden Celsius. Bevriezen mag nooit, er ontstaan dan kristallen en de insuline is dan niet meer te gebruiken. Het beste is om uw insulinepomp op de huid te dragen, of tussen twee lagen kleding. Zo zal de insuline op temperatuur blijven. Draag uw bloedglucosemeter ook op het lichaam; kou en luchtvochtigheid kunnen de uitslag van de bloedglucosemeting beïnvloeden. U kunt in de gebruiksaanwijzing van uw meter lezen bij welke temperatuur de meter nog nauwkeurig werkt. Als u binnenshuis meet - dit kan vanzelfsprekend ook in een eetgelegenheid zijn - is de waarde zeker.

Hypo

Ga niet skiën met een te lage (< 5mmol/l) of een te hoge ( >15mmol/l) bloedglucose. Om een hypo te voorkomen is het advies: elk half uur bij intensief skiën 15 gram extra koolhydraten. Zorg dat uw omgeving weet hoe zij een hypo kunnen herkennen en hoe zij dan kunnen handelen. Het is raadzaam ook een Glucagen set mee te nemen en uw reisgenoten daarover te informeren. 

Après-ski 

Bedenk dat door het drinken van de meeste alcoholische versnaperingen uw bloedglucose lager wordt en dat dit effect nog een paar uur kan aanhouden. Eet er daarom wat koolhydraatrijke snacks bij en meet voor het slapen gaan uw bloedglucose.


Verre reis

Reist u naar een ver land en moet u een behoorlijk tijdsverschil zien te overbruggen? U kunt dan het beste de klok van de insulinepomp direct bij aankomst op de lokale tijd instellen. Controleer de bloedglucosewaarde en bolus enkele eenheden bij, indien nodig.

Vliegen

Als u gaat vliegen kunt u het beste uw diabeteshulpmiddelen meenemen in de handbagage. In de bagageruimte wordt het te koud en koffers kunnen zoek raken. Een verklaring van uw arts of diabetesverpleegkundige dat u diabetes heeft en insuline gebruikt via de insulinepomp, is belangrijk om problemen met de douane te voorkomen. 

Tijdsverschillen

Als u bijvoorbeeld gaat skiën in de Verenigde Staten kunt u te maken krijgen met tijdsverschillen. Zet bij aankomst uw pomp op de lokale tijd en bolus eventueel bij om hoge bloedglucose weg te werken. U kunt dit bespreken met uw diabetesverpleegkundige.

Moeder Monique over reizen

"Omdat ze de hele dag actief is, zijn haar waarden beter dan thuis!"

Lees verder

John's verhaal over op kamp 

"Het was weer een geweldige ervaring, een week op kamp met 38 jongeren met diabetes."

Lees verder

Ervaringsverhalen

Hiernaast staan enkele ervaringsverhalen over het gebruik van een insulinepomp tijdens vakanties. 

Wilt u meer verhalen lezen over andere ervaringen dan alleen vakantie? Klik dan hieronder op de button.