Pompnet, dé website over insulinepomptherapie

Leven met een insulinepomp

Een insulinepomp is een klein apparaatje dat onder of in de kleding gedragen wordt. Een insulinepomp bestaat uit een ampul met insuline, een motor, een computer, een batterij, een afleesscherm en bedieningsknoppen. De insulinepomp is als het ware een kleine computer die u zelf kunt bedienen. Hierin kunt u – in overleg met uw zorgprofessional – de hoeveelheid insuline instellen die u verdeeld over 24 uur nodig heeft. Dit noemen we de basaalstand. Vóór het eten van een snack of maaltijd kunt u een zogenoemde bolus toedienen, een extra hoeveelheid insuline die nodig is om de glucosepiek op te vangen. 

U kunt de insulinepomp bedienen met de knoppen die op de insulinepomp zelf zitten. Bij veel insulinepompen wordt ook een afstandsbediening geleverd. In sommige gevallen is de bijbehorende bloedglucosemeter tegelijkertijd de afstandbediening van de insulinepomp. De ampul met insuline wordt aangedreven door het motortje; de insuline loopt vanuit de ampul via een slangetje dat vast zit aan de insulinepomp naar het naaldje of naar de canule in het onderhuidse vetweefsel in de buik, bil of been. Een pleister zorgt ervoor dat het naaldje goed in de huid blijft zitten en niet verschuift. 

Slapen met de pomp 

Er zijn diverse draagbanden en andere hulpmiddelen om ervoor te zorgen dat de pomp niet in de weg ligt ’s nachts. Het is ook mogelijk om de pomp los in bed te leggen. 

Basaalprofiel aanpassen 

De insulinepomp kan zo geprogrammeerd worden dat de hoeveelheid insuline die over 24 uur wordt afgegeven – het basaalprofiel - exact is afgestemd op uw persoonlijke behoefte. Het basaalprofiel kan tijdelijk worden aangepast zonder de pomp te moeten herprogrammeren. Dit aanpassen kan zowel naar hogere waarden, bijvoorbeeld bij ziekte met koorts of verandering van lichamelijke activiteit, als naar lagere waarden bij bijvoorbeeld inspanning of sport. 

Tijdelijk afkoppelen 

Het is altijd mogelijk de insulinepomp tijdelijk af te koppelen. Dit kan voor korte tijd (bijvoorbeeld bij zwemmen, douchen of vrijen), maar ook voor langere tijd zoals tijdens een zonvakantie. De tijd van het ‘kortdurend’ afkoppelen is voor iedereen anders. Gemiddeld kan de insulinepomp twee tot drie uur afgekoppeld worden, maar overleg dit met uw diabetesverpleegkundige. Wanneer u de insulinepomp ‘langdurend’ wilt afkoppelen, kunt u tijdelijk terug naar uw penschema. 

Insulinepomp defect, wat nu? 

Alle insulinepompfabrikanten kennen een 24-uurs service. Wanneer uw insulinepomp defect is, zullen zij alles in het werk stellen u zo snel mogelijk te helpen. Als u naar het buitenland gaat, kunt u de insulinepompleverancier vragen om tijdelijk een reservepomp te lenen. 

Toch is het advies om altijd een insulinepen en uw oude spuitschema achter de hand te houden. In de insulinepomp zit alleen kortwerkende insuline: wanneer u langere tijd geen insuline binnenkrijgt, zal uw bloedglucosewaarde snel oplopen. De hoge waarden kunt u dan bijregelen met de pen.

 

Cathy & Jasper over diabetes 

"Allebei diabetes is best wel handig."

Lees verder

Renata over festivals en pomp

"Ik ga naar een festival en neem mee..."

Lees verder

Ervaringsverhalen

Hiernaast staan enkele ervaringsverhalen over het gebruik van een insulinepomp. 

Wilt u meer verhalen lezen over andere ervaringen? Klik dan hieronder op de button.